PS bij hoofdstuk 1 : er is de gesignaleerde veeleer ‘banale’ moeilijkheid van ‘Derrida’, maar er is ook een andere die te maken heeft met de wijze waarop ‘Derrida’ het « normale regime van de hallucinatie » van binnenuit zoekt te onderbreken, te storen, of beter : de onderbreking die reeds aan de gang is (cf. het supplement als bron én dood) te accentueren, te verhevigen.  ‘Derrida’ zoekt een medeplichtigheid op met de contramine.  ‘Hij’ is een contramineur.  Vandaar dat ‘hij’ er vaak toe gebracht wordt, voor het zgn. gezonde filosofische verstand onaanvaardbare, ja enigszins belachelijke proposities te formuleren zoals : aan de oorsprong staat de herhaling, in het begin was het begun, er is geen perceptie, het primaire is secondair…. 

 

* -bb.

 

The three ages of J.Derrida –LA Weekly

  

Derrida heeft meerdere leeftijden.  Hij heeft geen leeftijd uit één stuk, hij heeft méér dan één, en dus niet meer één leeftijd.  Plus d’une age : cf. kortste definitie van deconstructie : plus d’une langue.

Cf. de jong volwassen meid van 17, gisteren op de trein, met sokjes van Snoopy : heeft twee leeftijden en dus geen enkele, geen ene ongedeelde leeftijd. 

         -Toen hij 20 was, voelde hij zich al van leeftijd en wijs ; op 72-jarige leeftijd voelt hij zich jong.

         -De « biologische » leeftijd van 72 : veronderstelt de kalender.

         -In Frankrijk voelt hij zich de jonge man die op 35-jarige leeftijd debuteert als filosofisch schrijver, en waarvan men zegt dat hij een belovend schrijver lijkt.

         Om te beginnen is een 35-jarige nog lang niet uitgeschreven.  Elke dood zou prematuur zijn.  Het beste, rijpere werk is in zekere zin nog komende.  Derrida heeft nog het krediet dat aan een jong talent wordt verleend.

 

         Gerard Reve heeft zowat heel zijn schrijversloopbaan lang Het boek van Violet en Dood voor zich uitgeschoven, maar op verschillende plaatsen in zijn werk en zijn correspondenties wel van dat ultieme boek gewaagt.  Enkele jaren terug werd het gepubliceerd, althans een versie daarvan.  Op vandaag is Reve niet meer helder genoeg om in het duister van het schrift af te dalen – hij is dementerend geworden.  Ook Derrida heeft het wel vaker over de aantrekking van het ultieme boek, dat alle andere overbodig maakt.

 

         « L’age de Hegel » : het tijdperk van Hegel (waar we ons wel én niet buiten bevinden, binnen-buiten.  Hegel wordt in De la gramm. omschreven als de laatste filosoof/theoloog van het boek en de eerste denker van het schrift.) ; de « juiste leeftijd » volgens Hegel (17 j.).

 

 

         Gastvrijheid (hospitaliteit) kent méér dan één logica, althans kun je een logica van het bezoek (visitatie) onderscheiden van een logica van de uitnodiging (invitatie) (zonder die tgo. elkaar te stellen, uiteraard : cf. verhouding beperkte/algemene economie in De l’économie restreite à l’économie générale, een tekst waarin Derrida een rest van theologie deconstrueert in de atheologische summa van G. Bataille).

 

         Onlangs heeft Duitsland per besluit een contingent van zo’n 40.000 Indische informatici besteld.  Ze zijn welkom op uitnodiging.  Hun welkom is voorwaardelijk, nl. ze zijn welkom als informatici, in die hoedanigheid of capaciteit, ze moeten niet in te vullen, en dringend in te vullen vacatures invullen.

Een designer baby is een kind op bestelling, het is welkom in die en die fysieke, en psychofysieke eigenschappen.

 

Van deze logica van de uitnodiging onderscheiden we de logica van het bezoek : « kome wie kome », los van bepalende voorwaarden, verwachtingen, welke eigenschappen, kwaliteiten, in welke hoedanigheden dan ook.  De visite stelt onvermijdelijk de « bestaande » gastvrijheden, de in voege zijnde gebruiken, protokollen van de « normalité constituée » terzake (De la gramm.) op de proef.  In principe moet je bereid zijn, de gastvrijheid in dit singuliere en dus exceptionele geval opnieuw uit te vinden, te negocieren, telkens weer opnieuw.

Die informatici zullen ook bezoekers zijn voorbij de uitnodiging.  De designer baby onttrekt zich aan de verwachtingen waarmee het is uitgenodigd : niet alleen kan het genetisch design anders uitdraaien, de baby zal ook karakteristieken hebben waaraan niet werd gedacht, en bovendien zit er alteriteit, zit er afwezigheid , verschil en uitstel op de bepaaldheid van de verwachtingen zelf. 

Vandaag kunnen puppets worden besteld met garantie (Metro 9 jan. 04).  Als je puppet je niet bevalt, dan lever je die maar terug in, en krijg je uiteraard je geld terug.  Wie een order voor een designer baby (blauwe ogen, een plasser, nee geen ADHD) plaatst, zal uiteraard ook een contractuele garantie willen op dat product. 

De uitdrukking designer baby lijkt vooreerst een soort angstige reserve te verraden, een aarzeling om wat komt zoals het komt, toe te laten : wie komt moet enigszins passen in het kraam, tenslotte is een baby een hele investering en je wil je leven en je levensprocject toch niet al tezeer overhoop gehaald.

 

Cf. met vreemden moogt ge niet babbelen, geen contact zoeken of aanvaarden.  Wie zijn ze, die vreemden ? Per definitie (vreemden zijn vreemd) kunnen we ze niet kennen : ze zijn essentieel onbekend, we weten niet wie dat zijn, want dan zouden bekenden zijn.

Nu wordt misbruik nog het vaakst gepleegd door naasten.  Eigen volk eerst.  Het zijn –dat is normaal- de vertrouwden en de dichte verwanten die van de loyauteit van een kind misbruik maken.

Ook aan onszelf (is dat niet de naaste bij uitstek ? de eerste naaste van elk van ons afzonderlijk ?) kunnen we vreemd worden.  Onze eigen vertrouwdheid met onszelf kan ons ontvallen.  Denk om te beginnen aan de passiviteit van het ouder-worden.  De goede huisvader die een passionele minnaar wordt die elke veiligheid op het spel zet.  Het onverwachte ingaan op een appèl dat steeds een appèl de l’inconnu is, en waarop steeds à l’insu wordt ingegaan.  Tics, symptomen : verraden een soort niet te verinnerlijken vreemdheid aan onze eigenheid.

 

We doen alsof we weten wie die vreemden zijn waarmee we geen verkeer mogen hebben, geen blik en geen woord mogen wisselen : de kleurling, de marginaal, de islamiet…  We maken onszelf wijs dat we de bedreigende vreemdheid geincarneerd kunnen krijgen in te identificeren, te isoleren en te mijden gezelschap.

 

Derrida is, zoniet de eerste, dan toch een van de zeer weinige filosofen die met een zeker detail zijn penis heeft beschreven, oa. in Circonfession, waarin hij het heeft over de terugkerende eenmaligheid van zijn besnijdenis.

Heidegger heeft een enorm « oeuvre » nagelaten, maar kenners verzekeren dat je er amper een bladzijde leest over de sexualiteit.  Niet het sex-leven van Heidegger, maar de sexualiteit van het Dasein.  Nietzsche heeft zijn verhouding tot meerdere vrouwen ook in zijn briefwisseling gestalte gegeven (Cosima Wagner, Lou Salomé..).  Nietzsche heeft zich als minnaar laten kennen in zijn geschreven affaires.  Waarom het sexleven ?

Om te beginnen, dat de filosofen er niet over geschreven hebben, maakt je  al nieuwsgierig.  Maar uiteraard niet alles waar ze niet over hebben geschreven, is om die reden interessant.

Het sexleven kan je iets laten aanvoelen van de manier waarop iemand in een verhouding tot een ander, staat. 

Sexualiteit heeft ook te maken met een zekere onrechtstreeksheid, althans de erotiek die altijd niet is, in onderscheid met porno die het « integraal en adequaat » aanwezig stelt en daardoor veeleer afwezig stelt.  Dus het kan sexy zijn om iets niet ter sprake te brengen. 

La sexualité n’est pas tout, mais elle est partout : ze zit soms tussen de lijntjes in het wit.  Wat is het om wel en om niet over de sexualiteit en erotiek te schrijven ?

Voor (katholieke) theologen is de man-vrouw verhouding de verhouding van het grootste verschil, onder mensen.  Voor een mens is er in het ondermaanse geen groter relatie-verschil dan het verschil dat de andere sexe aanbrengt.  Alleen de verhouding tot God betekent een groter verschil, uiteraard, maar God is dan ook de Andere bij uitstek, de Ganz Andere (Metz), totaliter aliter (Luther).  De verhouding tot God is de verhouding bij uitstek, maar God is enigszins bovenwerelds.  De liefde tot God is de liefde bij uitstek, tussen schepsel en schepper, maar onder schepselen is het de man-vrouw verhouding die plaats van de grootste liefde kan zijn.  En ja, tot liefde is de mens opgeroepen.  Vandaar het kerkelijk verzet tegen het homo-huwelijk : er is een groter verschil dan het verschil in de liefde tussen partners van dezelfde sexe.  In ieder geval : de partnerrelatie is (volgens theologen) een verhouding van groot verschil (groter dan de verhouding mens-dier, maar kleiner dan de verhouding tot God), en daarin kan de interesse ervan gelegen zijn : hoe sta of lig je er dan bij, in die verschilsrelatie « bij uitstek » ? Hoe vergaat het de filosoof in dat verband ?

 

Variatie op «zeg me wat je eet, wat je leest –en ik zeg je wie je bent » : « zeg me wie je word in bed, in anderman’s armen –ik zal je zeggen wie je bent. »

Een groot sexuoloog kan een slechte minnaar zijn.

 

De filosoof spreekt in naam van allen over alle, irrelevant te achten verschillen heen.  Hij maakt aanspraak op universaliteit in de betrachting van waarheden die voor iedereen op welke plaats en in welke tijd, in welke contekst dan ook.  Natuurlijk is hij een singulier wezen, kind van… oa. zijn idioom en taaleigen.  Die verschillen zoekt hij echter niet te assumeren, hij zegt juist niet in eigen naam te (willen) schrijven, hij zoekt zo min mogelijk te signeren, en spreekt dan ook niet in de ik-vorm.  Als hij signeert, dan signeert hij veeleer in de wijze waarop hij zoekt niet te signeren.  (Voor een wetenschapper liggen de zaken enigszins anders, maar er kan allicht betoont worden dat ook de wetenschapper niet niet kan signeren.)

 

Derrida gaat (terecht) door voor een ongelovige, een atheist (Circonfession). Cf. God -as the word is conventionally understood : is een notie die hij « niet omhelzen kan. » Belangrijk zinnetje : « I started resisting religion » als een jonge adolescent.  De deconstructie zoals Derrida die liefheeft en verstaat, kan geduid worden als een steeds weer te hernemen experimentatie in ontmanteling (dismantle) van, in weerstand (resist), tgo. wat in het exergue « de meest originele en machtigste vorm van ethnocentrisme » wordt genoemd, « de metafysica van het fonetisch schrift ». 

De derridiaanse 'filosofie' is een van de meest radicale en rigoureuze van alle atheologieën (Summa Theologica (St. Thomas v. Aquino) - Somme Athéologique (G. Bataille)).  Als er -zoals we zullen lezen- niets zijn kan buiten de tekst, dan is al wat is in teksten. 

« God of de tekst»  in de zin waarin Spinoza schrijft, in de Ethica : Deus sive Natura.

De derridiaanse deconstructie is van een uitzonderlijke atheologische gestrengheid, in de zin waarin ze er in slaagt een denken en schrijven zonder stelling en zonder positie te blijven (geen –isme, dus): een a-tethisch denken, zoals Derrida schrijft over Freud in La carte postale.  Dit denken kun je atheologisch noemen aangezien het uiterst labiel, beweeglijk, en ongrijpbaar is : het houdt geen halt in een these of positie.  Dit wekt uiteraard ook wrevel : wat zegt Derrida nu ? wat beweert hij ? -Filosofen hebben toch iets te zeggen, moeten toch iets te zeggen hebben ? Derrida heeft geen filosofie in de gangbare betekenis van het woord, , een « totale verklaring van mens en wereld », een bepaald « stelsel », een Weltanschauung, een « opvatting die van iets de grondslag vormt » (Prisma Vreemde Woorden). 

–En toch !

 

Toch kondigt het denken van Derrida - zij het op een elliptische wijze - aan. 

Het kondigt aan wat Derrida noemt : « het messianieke of de messianiciteit zonder messianisme. » (Foi et savoir ; The three ages..). Het denken van Derrida kondigt een messianiciteit aan « zonder Messias in de zin van de traditionele religies. »  Het denken van Derrida in onderweg, als in de grootste woestijn, naar dit « messianieke » aan deze zijde van elke religie, van elke theologie en vooral van elk geloof en van elke ratio(naliteit). 

Deze « messianiciteit » moet gerelateerd aan wat in het exergue « l’avenir » heet – zijnde de historisch-politieke toe-komst, de onherleidbare en niet teleologische eis van gerechtigheid.  Een messianiciteit zonder antwoord, noch vrede, noch laatste oordeel, ver van alle verwachtingen van het messianisme : ellips van de belofte.

 

Titel van interview met J.D. in Die Zeit : « Ik wantrouw de utopie, ik wil het onmogelijke » ; B. Verschaffel spreekt van een « ethiek zonder geluksideaal » (Figuren/Essays).

  

Notities bij enkele woorden in de inleiding tot de interview-tekst :

 Esoteric : cf. de courante verdenking dat Derrida leurt in een soort geheime waarheden, hij is een filosofaster en bedrieger.

 Superstars : er zijn alleen nog sterren in de filosofie, groten met sterallure.  Avital Ronell bijv., of Jean Baudrillard (de oneliners) hebben de allure van een vedette.  Cf. in de kunstwereld : Jeff Koons, Delvoye, Johnny Rotten, die zitten nooit om een straffe uitspraak of gebaar verlegen. 

 Deconstructionism : geen uitdrukking die je in ‘Derrida’ aantreft.  Maar uiteraard leent ‘Derrida’ zich tot een ismering, dwz. de tentatieve reductie tot een algemeen idee, een inhoudelijke parafrase.  In elk spreken en schrijven is een soort meta-linguistische drive aan het werk, juist ook omdat die beweging nooit echt lukt.  Cf. de vis die momentaan uit het water opvliegt in mijn : « Gesetzt, die Wahrheit sei eine Art Prothesen… »

 Forced : jawel, enig ‘Derrida’ is verplichte kost geworden.  Het woord deconstructie is opgenomen in het woordenboek en is enigszins courant in de (Amerikaanse) krant en in de media.  Cf. Deconstructing Harry (Woody Allen).

 Reigning : de différance heerst nergens, en de beweging van de deconstructie oefent geen gezag uit, waar dan ook.  Er is geen rijk van de différance, de deconstructie wakkert veeleer de ondermijning van elk rijk aan.  Cf. citaat van Flaubert.

 Father : ‘Derrida’ deconstrueert ook de waarde van het vaderschap (en moederschap)

 Ontmantelen is iets ander dan de vooringenomenheden en valse assumpties onthullen (alhoewel we wel niet toevallig vooringenomen zijn ten gunste van het teken eerder dan van het schrift, van de aanwezigheid eerder dan van de economie van de dood).  Ontmantelen voert tot op de grens van veronmogelijking.  Deconstructie is geen kritiek, het is veeleer een soort hypokritiek of postkritiek.

 Rooted in the belief : gaat het hier om een belief ? Cf. interview-tekst : affirmation and faith.

 Freighted with : een soort structureel onbewuste : bd. met dood, radicale andersheid of afwezigheid.

 Methodology : deconstructie is geen methode.  Het is geen kit met tools om iets gedaan te krijgen.  Je kunt niet als sterk subject aan deconstructie doen.  Geen tools die ze zou kunnen aplly-en op eender wat.  De deconstructie is ook geen theorie die dan toegepast kan worden.  Cf. avertissement (De la gramm.)

 Any and all texts : cf. il n’y pas de hors texte (De la gramm.)

 Questioning : begint bij het begin, ahw.  Want je kleeft weliswaar aan de overdracht waarin je staat of valt, maar je valt daar niet mee samen : er is een vreemdheid die niet niet ervaren kan worden, en misschien is ervaring de ervaring van een vreemdheid.

 Prejudice is een mening die vooringenomen is maar in principe gecorrigeerd kan worden.  De aanwezigheid is niet zonder meer een dergelijk vooroordeel.

 Declared his independance : ‘Derrida’ is helemaal geen onafhankelijke vrijdenker ! Volgens ‘Derrida’ is de structuur van addictie of van afhankelijkheid zelfs first and last. (Goed voorbeeld van een ismerende bewering : ‘Derrida’ denkt dat en dat, dat zijn inhouden die je abstraheert uit de geschriften.)

 Central ideas

To the center : enigszins ironisch in het geval van ‘Derrida’